ECLI:NL:RBROT:2008:BH1632
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag op schip na aanvaring en beoordeling zekerheden onder Verdrag van Londen
Op 13 oktober 2008 vond een aanvaring plaats tussen het ms Wisdom en het binnenvaartschip de Riad, waarbij de Riad zonk en onder de Wrakkenwet werd geplaatst. Rijkswaterstaat gaf opdracht tot berging van het schip en de lading. Gedaagden, belanghebbenden bij de Riad en haar lading, legden conservatoir beslag op het ms Wisdom ter verzekering van hun vorderingen.
De rederij, eigenaar van de Wisdom, stelde een zakenfonds en een aanvullende garantie via de P&I Club beschikbaar als zekerheid voor de vorderingen. Gedaagden weigerden het beslag op te heffen, stellende dat de zekerheden onvoldoende waren en dat er sprake was van opzet of grove schuld van de rederij, waardoor de beperkingsprocedure nog niet kon leiden tot opheffing van het beslag.
De voorzieningenrechter overwoog dat het beslag in Nederland was gelegd en dat aan de vereisten van artikel 13 van Pro het Verdrag van Londen was voldaan. Het bepaalde in artikel 642e lid 1 Rv stond hieraan niet in de weg vanwege de hogere verdragsnorm (artikel 94 Grondwet Pro). De geboden garantie werd als voldoende beoordeeld, ook al was het wrakkenfonds nog niet gesteld. De vordering tot opheffing van het beslag werd toegewezen onder de voorwaarde dat een bepaalde zinsnede in de garantie werd verwijderd.
Gedaagden werden veroordeeld tot het opheffen van het beslag en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het beslag op het ms Wisdom wordt opgeheven onder voorwaarde van verstrekking van een aangepaste garantie.