ECLI:NL:RBROT:2008:BH1747
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hofmeijer-Rutten
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat wegens niet tijdig instellen van appel en vaststelling schade
Incoparts heeft een vordering ingesteld tegen haar advocaat wegens het niet tijdig instellen van appel in een eerdere procedure over een verzekeringsclaim na diefstal van een zending computeronderdelen. De rechtbank stelt vast dat het verzuim van de advocaat als beroepsfout geldt, maar dat de schade pas kan worden vastgesteld als duidelijk is of het appel kansrijk was.
De oorspronkelijke procedure betrof een geschil over de vraag of Incoparts verzekerd was voor de gestolen lading, waarbij de levering volgens Incoparts op basis van een 'hold for release' regeling zou zijn geweest, terwijl de factuur een CIP-leveringsconditie vermeldde. De rechtbank concludeert dat het hof waarschijnlijk bewijs zou hebben toegelaten om deze stelling te toetsen, maar dat de kans op succes van het appel beperkt was vanwege de gangbare interpretatie van CIP.
De rechtbank overweegt dat indien Incoparts slaagt in het bewijs van haar stelling, de vordering in hoger beroep waarschijnlijk toegewezen zou worden, inclusief de hoofdsom. De overige verweren van verzekeraars worden als weinig kansrijk beoordeeld. De rechtbank wijst de vordering tot terugbetaling van declaraties aan de advocaat af vanwege de gemaakte afspraken en een exoneratieclausule.
Partijen krijgen de gelegenheid om bij conclusie na enquête nadere bewijslevering te verrichten en zich uit te laten over de omvang van de schade en de positie van de aansprakelijkheidsverzekeraar van de advocaat.
Uitkomst: De advocaat is aansprakelijk voor de beroepsfout, maar de schade wordt vastgesteld na bewijslevering over de kans van slagen in hoger beroep.