ECLI:NL:RBROT:2008:BH5000
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van Arriva en Connexxion in vorderingen tegen gunning openbaarvervoerconcessie
In deze zaak hebben Arriva en Connexxion vorderingen ingesteld tegen de gunning van een openbaarvervoerconcessie door de Stadsregio Rotterdam aan Qbuzz, de enige inschrijver. Arriva en Connexxion hadden bewust niet deelgenomen aan de aanbesteding en stelden dat Qbuzz onrechtmatig had gehandeld door gebruik te maken van vermeende verboden staatssteun via haar aandeelhouder NS Internationaal B.V.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het feit dat Arriva en Connexxion niet hebben ingeschreven op de aanbesteding in principe betekent dat zij geen belanghebbenden zijn en dus niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Hoewel de Rechtsbeschermingsrichtlijn en artikel 3:303 BW Pro enige ruimte bieden voor niet-inschrijvers om belang te hebben bij heraanbesteding indien er slechts één inschrijver is, vond de rechter dat in dit geval meer nodig was dan alleen bezwaren tegen de inschrijving van Qbuzz.
De rechter stelde vast dat er geen aannemelijke aanwijzingen waren dat er sprake was van verboden staatssteun of dat de Stadsregio haar vergewisplicht had geschonden. Ook de overige bezwaren van Arriva en Connexxion betroffen interpretatieverschillen over de geschiktheidscriteria, waarover alleen kan worden gedebatteerd tussen aanbestedende dienst en inschrijvers. Arriva en Connexxion hadden zichzelf door niet in te schrijven uitgesloten van dit debat.
Daarom wees de voorzieningenrechter de vorderingen van Arriva en Connexxion af en veroordeelde hen in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat niet-ingeschreven partijen in beginsel geen belang hebben bij procedures tot heraanbesteding, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk worden gemaakt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wees de vorderingen van Arriva en Connexxion af wegens gebrek aan voldoende belang.