ECLI:NL:RBROT:2008:BM8038
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- J.W.H.G. Loyson
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten wegens schending hoorplicht bij wijziging vergunning Digitenne voor DVB-T
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de wijziging van de vergunning van Digitenne voor het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van Digital Video Broadcasting-Terrestial (DVB-T) centraal. De vergunning werd oorspronkelijk in 2002 verleend en later gewijzigd door meerdere besluiten in 2006 en 2007, waarbij onder meer zenderplannen werden goedgekeurd en kanaalwijzigingen plaatsvonden. Eiseres, actief in hetzelfde marktsegment, stelde dat deze wijzigingen onrechtmatig waren omdat zij neerkwamen op het toekennen van extra frequentieruimte zonder toepassing van de wettelijk voorgeschreven toedelingsmethoden en zonder naleving van de hoorplicht.
De rechtbank oordeelt dat eiseres terecht als belanghebbende is aangemerkt en dat de vergunning in wezen ongewijzigd is gebleven, aangezien het recht op gebruik van frequentieruimte het object van de vergunning vormt en niet de concrete frequenties. De wijzigingen betroffen slechts nadere uitwerking binnen het reeds vergunde spectrum. De rechtbank verwierp de meeste bezwaren van eiseres, waaronder die over staatssteun, mededinging en schending van Europese richtlijnen.
Wel stelde de rechtbank vast dat eiseres ten onrechte niet is gehoord bij twee van de besluiten (21 december 2006 en 29 januari 2007), wat een schending van het hoor- en wederhoorbeginsel oplevert. Daarom vernietigde de rechtbank deze besluiten, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven vanwege de uitvoerige inhoudelijke behandeling in de overige procedures. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten aan eiseres.
De uitspraak bevestigt dat wijzigingen binnen het vergunde frequentiespectrum via artikel 3.7 van de Telecommunicatiewet kunnen plaatsvinden zonder nieuwe toedelingsprocedures, mits de hoorplicht wordt nageleefd. De zaak benadrukt het belang van zorgvuldige procedurele handelingen bij vergunningwijzigingen in de telecommunicatiesector.
Uitkomst: Twee besluiten vernietigd wegens schending hoorplicht, rechtsgevolgen blijven in stand; overige beroepen ongegrond.