ECLI:NL:RBROT:2008:BO6104
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.L. van Zetten
- Rechtspraak.nl
Bewijslevering over beëindiging arbeidsovereenkomst na verkeersongeval taxichauffeur
In deze zaak tussen een taxichauffeur en zijn werkgever staat centraal of de arbeidsovereenkomst is geëindigd door een door de werkgever overgelegde ontslagverklaring, die de werknemer betwist te hebben ondertekend. De werknemer had tijdens werktijd een auto-ongeluk en lag enige tijd in het ziekenhuis. De werkgever stelt dat de werknemer ontslag heeft genomen en vordert schadevergoeding voor de aan de taxi veroorzaakte schade.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever de bewijslast draagt voor het beëindigen van het dienstverband met wederzijds goedvinden en dat de handtekening op de ontslagverklaring voorshands van de werknemer is. De werknemer krijgt de gelegenheid tegenbewijs te leveren, onder meer door een deskundigenonderzoek naar de veroudering van de inkt.
De werknemer voert aan dat de handtekening eerder op een blanco vel is gezet en dat hij in een psychisch labiele toestand was, wat een wilsgebrek zou betekenen. De rechtbank acht dit onvoldoende onderbouwd en wijst erop dat de werknemer na het ongeval snel weer elders is gaan werken zonder zich op het ontslag te beroepen.
De zaak wordt aangehouden voor het leveren van tegenbewijs en het horen van getuigen, waarbij strikte termijnen en procedures worden vastgesteld voor het opgeven en oproepen van getuigen.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor tegenbewijs en getuigenverhoren over de echtheid van de ontslagverklaring.