ECLI:NL:RBROT:2009:BG9688
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vonnis over tussentijdse opzegging huurovereenkomst parkeergarage wegens herontwikkeling
Partijen sloten in 2001 een huurovereenkomst voor een parkeergarage met een looptijd van 20 jaar, met een clausule die tussentijdse opzegging wegens herontwikkeling mogelijk maakte. De Gemeente zegde de overeenkomst in 2006 op met als reden de geplande herontwikkeling van het terrein, met een beoogde start in januari 2008. Interparking stemde niet in met de beëindiging vanwege onduidelijkheden en betwistte of de nieuw te bouwen parkeergarage aan de geldende normen, waaronder NEN-normen, zou voldoen.
De rechtbank hield een mondelinge behandeling en constateerde dat partijen uiteenlopende deskundigenrapporten hadden overgelegd met tegenstrijdige conclusies over de naleving van normen. De Gemeente stelde dat zij een spoedeisend belang had bij ontruiming vanwege het belang van het herontwikkelingsproject, terwijl Interparking stelde dat de zaak te complex was voor kort geding en dat de opzegging niet rechtsgeldig was.
De rechtbank oordeelde dat de opzegging niet rechtsgeldig was op het moment van kennisgeving in 2006 omdat er toen geen concreet plan was dat voldeed aan de normen. Wel was de aanzegging in 2008 geldig, maar de nieuwe parkeergarage voldeed volgens deskundigen van Interparking niet aan de normen. Desondanks vond de rechtbank dat de Gemeente een spoedeisend belang had en dat Interparking gehouden was te ontruimen per 15 januari 2009, met machtiging voor de Gemeente om dit desnoods met inzet van de sterke arm te effectueren.
De kosten van de procedure werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Interparking is veroordeeld tot ontruiming van de parkeergarage per 15 januari 2009 met machtiging voor de Gemeente om dit desnoods met inzet van de sterke arm te effectueren.