ECLI:NL:RBROT:2009:BH0726
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Jurgens
- D.C.J. Peeck
- J.A.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning beleggingsobjecten wegens onvoldoende deskundigheid en ondoorzichtige bedrijfsvoering
GIN Bomen heeft bij de AFM een vergunning aangevraagd om beleggingsobjecten aan te bieden, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de vereisten van deskundigheid, transparantie in de zeggenschapsstructuur en een beheerste en integere bedrijfsvoering. De AFM stelde dat GIN Bomen onvoldoende financiële middelen kon aantonen en dat de bedrijfsstructuur ondoorzichtig was, waardoor adequaat toezicht werd belemmerd.
In het bezwaar en beroep stelde GIN Bomen dat zij alleen nog beheer voerde en niet actief aanbood, waardoor minder strenge eisen zouden moeten gelden. Ook voerde zij aan dat de afwikkeling van het bedrijf onderdeel van het geschil moest zijn. De rechtbank oordeelde dat de afwikkeling niet tot het geschil behoort en dat de AFM terecht de vergunningaanvraag heeft afgewezen omdat GIN Bomen niet voldeed aan de wettelijke eisen, waaronder artikel 4:15 Wft Pro over een beheerste bedrijfsvoering.
De rechtbank benadrukte dat de financiële positie van GIN Bomen onvoldoende inzichtelijk was, mede door de verwevenheid binnen de GIN Groep en de Stichting Vruchtgebruik Robinia. Ook ontbrak het aan voldoende deskundigheid van de beleidsbepaler. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en GIN Bomen mocht geen vergunning krijgen.
Uitkomst: Het beroep van GIN Bomen tegen de weigering van de vergunning door de AFM wordt ongegrond verklaard.