ECLI:NL:RBROT:2009:BH1072
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Klein Wolterink
- Van Dijke
- Werkhorst
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor moord door wurging met voorbedachte rade en bewijs van sporenverwijdering
Op 7 juli 2007 werd het lichaam van het slachtoffer aangetroffen met een touw om haar nek, waarbij forensisch onderzoek wees op wurging en niet op ophanging. De verdachte en haar zus bezochten het slachtoffer die een relatie had met de echtgenoot van de verdachte. Tijdens het bezoek ontstond ruzie waarna de verdachte het slachtoffer met een touw wurgde en de moord in scène zette als zelfmoord.
De rechtbank oordeelde dat de moord met voorbedachte rade was gepleegd, omdat de verdachte doelbewust handelde en ruim de tijd had om na te denken. Medeplichtigheid van de zus werd niet bewezen. De verdachte verwijderde ook sporen van het misdrijf, maar werd daarvoor ontslagen van rechtsvervolging omdat dit gebeurde om vervolging voor zichzelf te voorkomen.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot 15 jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. De immateriële schadevordering van de moeder werd niet ontvankelijk verklaard, terwijl de vader een beperkte vergoeding voor begrafeniskosten kreeg toegewezen. De verdachte werd ook veroordeeld in de proceskosten van de vader.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens moord met voorbedachte rade en ontslagen van rechtsvervolging voor het verwijderen van sporen.