ECLI:NL:RBROT:2009:BH1601
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.H. Veling
- Rechtspraak.nl
Reisovereenkomst en annulering bij wijziging reisschema naar India
De zaak betreft een geschil tussen een reisbureau en een klant over de annulering van een op maat gemaakte reis naar India ter waarde van €34.146,14. Het reisbureau stelt dat de klant de reis heeft geannuleerd en vordert een vergoeding van €25.609,61. De klant betwist dat er een geldige reisovereenkomst is gesloten en stelt subsidiair dat hij kosteloos mocht annuleren vanwege een wezenlijke wijziging in het reisschema.
De rechtbank constateert dat het reisbureau bewijs moet leveren dat de overeenkomst op 17 januari 2007 tot stand is gekomen. Dit bewijs is alleen relevant als de wijziging in het reisschema geen wezenlijk punt betreft, omdat de klant anders kosteloos mocht annuleren. De wijziging hield in dat het verblijf in Varanasi van het begin naar het einde van de reis werd verplaatst, terwijl hotels, kamers, reisdagen en prijs gelijk bleven.
De klant voert aan dat de volgorde van de reis essentieel was vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder het feit dat hij na de reis nog in India wilde studeren en zijn gezin eerder terug zou reizen. De rechtbank oordeelt echter dat de klant onvoldoende heeft toegelicht waarom de wijziging wezenlijk was. De rechtbank staat het reisbureau toe bewijs te leveren over het tot stand komen van de overeenkomst en zal daarna de stellingen over de wezenlijkheid van de wijziging nader beoordelen.
De beslissing is voorlopig aangehouden, waarbij het reisbureau wordt verplicht om aan te geven hoe zij het bewijs wil leveren. Het geschil draait om de vraag of de klant gehouden is tot betaling van annuleringskosten of dat hij kosteloos mocht annuleren wegens een wezenlijke wijziging in de reisovereenkomst.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en staat het reisbureau toe bewijs te leveren over het tot stand komen van de reisovereenkomst.