ECLI:NL:RBROT:2009:BH1782
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.L. van Zetten
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid cessie en boedelschulden bij faillissement Qualitax B.V.
Qualitax B.V. werd failliet verklaard, waarbij zeven leaseauto's betrokken waren met verzekeringsovereenkomsten via Achmea en tussenpersoon VDV. Er bestond een cessie van schadepenningen voor drie auto's aan Taxilease Rijnmond B.V. (TLR). Na beëindiging van de leaseovereenkomsten werden schades geconstateerd en schadepenningen uitgekeerd.
De curator stelde dat de cessie niet rechtsgeldig was vanwege vormgebreken en gebrek aan mededeling aan Achmea, en vorderde betaling van de schadepenningen aan de boedel. VDV en TLR betwistten dit en stelden dat de cessie rechtsgeldig was en dat eerdere schadegevallen conform de cessie waren afgehandeld.
De rechtbank oordeelde dat de cessie alleen geldig kan zijn als voldaan is aan de wettelijke vereisten op de faillissementsdatum. De formulering van de cessie was voldoende, en het ontbreken van vermelding van 'Qualitax in oprichting' deed niet af aan de geldigheid. De rechtbank stelde dat bewijs van eerdere schadeafhandeling door TLR en VDV nog moest worden geleverd en verwees de zaak naar de rol voor nadere bewijslevering.
Ten aanzien van de vordering in reconventie over boedelschulden voor schades aan andere auto's die niet door verzekering gedekt waren, oordeelde de rechtbank dat geen boedelschuld bestond omdat de curator geen aansprakelijkheid had erkend en de schade niet door handelen van de curator was ontstaan. Deze vordering werd afgewezen.
De beslissing over de cessie werd aangehouden totdat nadere bewijsstukken zijn overgelegd en beoordeeld. De rechtbank wees TLR te veroordelen in de proceskosten van de afgewezen vordering in onvoorwaardelijke reconventie.
Uitkomst: De rechtbank houdt beslissing over cessie aan voor bewijslevering en wijst de vordering over boedelschuld af.