ECLI:NL:RBROT:2009:BH2361
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Koning
- Van Dijke
- Hamaker
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken seksuele gedragingen bij vermeende kinderporno
De rechtbank Rotterdam behandelde op 9 februari 2009 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het bezit van kinderporno. De tenlastelegging betrof het bezit van afbeeldingen van een jong meisje, vermoedelijk tussen 11 en 15 jaar, waarvan het lichaam geheel of gedeeltelijk ontbloot was. De verdachte erkende het bezit van de afbeeldingen, maar ontkende opzet omdat hij zich niet realiseerde dat het om kinderporno zou gaan.
De rechtbank heeft de afbeeldingen zelf beoordeeld en geoordeeld dat hoewel de houdingen licht erotisch konden zijn, de geslachtsdelen en borsten niet nadrukkelijk op een seksueel prikkelende wijze in beeld zijn gebracht. Tevens was niet vast te stellen dat het meisje door de wijze van afbeelden schade had ondervonden. De raadsvrouw had aangevoerd dat de dagvaarding nietig was wegens onduidelijkheid, maar dit werd verworpen omdat de dagvaarding voldoende duidelijk was en de verdachte wist waartegen hij zich verweerde.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank de verdachte vrij van het ten laste gelegde. De officier van justitie had een gevangenisstraf van 12 maanden geëist, waarvan 9 voorwaardelijk, maar deze eis werd niet gehonoreerd. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van het pornografische karakter van afbeeldingen in strafzaken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van seksuele gedragingen in de afbeeldingen.