ECLI:NL:RBROT:2009:BH2366
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlenging tijdelijk huisverbod wegens aanvang therapie en onvoldoende concrete geweldsdreiging
Verzoeker kreeg op 21 januari 2009 een tijdelijk huisverbod opgelegd door de burgemeester van Capelle aan den IJssel, geldig tot 31 januari 2009, dat op 30 januari 2009 werd verlengd met achttien dagen. Verzoeker stelde dat het huisverbod onterecht was opgelegd en verlengd, omdat er geen ernstig en onmiddellijk gevaar voor zijn vrouw bestond en verweerder onvoldoende hulpverlening had georganiseerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het oorspronkelijke huisverbod terecht was gebaseerd op het Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld, ondanks enkele onvolkomenheden in de formulieren. Er was sprake van een dreiging van huiselijk geweld, bevestigd door politieconstatering van letsel bij de vrouw en een worsteling erkend door verzoeker.
Ten aanzien van de verlenging was de rechter van oordeel dat verweerder voldoende inspanningen had verricht om hulpverlening te starten, maar dat het huisverbod niet in stand kon blijven omdat verzoeker op 4 februari 2009 was begonnen met een therapie gericht op agressie en persoonlijkheidsstoornissen. Ook ontbraken concrete feiten die een toenemende geweldsdreiging als gevolg van de echtscheiding aannemelijk maakten.
De rechtbank vernietigde daarom het besluit tot verlenging van het huisverbod, wees het verzoek om voorlopige voorziening af, en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het besluit tot verlenging van het huisverbod wordt vernietigd omdat verzoeker therapie is gestart en onvoldoende concrete feiten een toenemende geweldsdreiging aantonen.