ECLI:NL:RBROT:2009:BH2659
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen terugvordering bekostiging voortgezet onderwijs
Verzoekster, een onderwijsinstelling, werd geconfronteerd met een besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin werd vastgesteld dat de bekostiging over de jaren 2003-2007 lager was vastgesteld en dat een bedrag van €1.235.224,13 zou worden teruggevorderd. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht om opschorting van de terugvordering.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder geen onderzoek had verricht naar de terugbetalingsmogelijkheden van de school en de gevolgen van een plotselinge terugvordering van een dergelijk groot bedrag. Dit was in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent relevante feiten en belangen verzamelt alvorens een besluit te nemen.
De rechtbank oordeelde dat de invordering als een besluit in de zin van de Awb moet worden beschouwd en dat het ontbreken van een gedegen onderzoek aanleiding gaf tot het treffen van een voorlopige voorziening. De invordering werd geschorst tot zes weken na beslissing op het bezwaar. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: De invordering van €1.235.224,13 wordt geschorst tot zes weken na beslissing op het bezwaar wegens strijd met artikel 3:2 Awb.