ECLI:NL:RBROT:2009:BH3161
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.I. van Strien
- R.H.L. Dallinga
- J.E. Hoitink
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen bouwvergunning voor twee bruggen nabij Leklaan en Maaslaan te Ridderkerk
Het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk verleende op 24 juli 2007 een bouwvergunning voor de bouw van twee bruggen, gebruikmakend van een eerder verleende vrijstelling van het bestemmingsplan. Eisers maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door verweerder ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eisers beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan, maar dat de verleende vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) rechtmatig was. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter die de vrijstelling en vergunning voor de bouw van 94 woningen, waartoe de bruggen dienen, had bevestigd.
Eisers voerden onder meer aan dat de bezwaarperiode te kort was en dat de motivering voor de locatie van de bruggen onvoldoende was. De rechtbank oordeelde dat de bezwaarperiode correct was gestart bij de bekendmaking van het besluit aan vergunninghoudster en dat de motivering van de locatiekeuze door verweerder voldoende was toegelicht, gelet op de verkeerskundige en stedenbouwkundige omstandigheden.
De rechtbank zag geen aanleiding om het beroep te honoreren en verklaarde het beroep ongegrond. Het bestreden besluit kon in rechte standhouden.
Uitkomst: Het beroep tegen de bouwvergunning voor twee bruggen wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.