ECLI:NL:RBROT:2009:BH3165
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.I. van Strien
- R.H.L. Dallinga
- J.E. Hoitink
- Rechtspraak.nl
Weigering tijdelijke bouwvergunning voor portacabins wegens overschrijding maximale instandhoudingstermijn
Eiseres vroeg om een tijdelijke bouwvergunning voor vijf portacabins die sinds 1999 op een perceel in Rotterdam staan. Verweerder weigerde de vergunning omdat de maximale instandhoudingstermijn van vijf jaar volgens hem was overschreden en kwalificeerde de aanvraag als een verzoek om een vergunning voor een permanent bouwwerk.
Eiseres voerde aan dat het ging om een verlenging van een eerder verleende tijdelijke vergunning op grond van artikel 45, eerste lid, onder b, van de Woningwet, waarvoor geen maximale termijn geldt. Verweerder stelde dat vanwege het bestemmingsplan en het ontbreken van een geldige vrijstelling op grond van artikel 17 van Pro de WRO de vergunning niet verleend kon worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onterecht de aanvraag als permanent bouwwerk had opgevat en dat de aanvraag duidelijk een verzoek om tijdelijke vergunning betrof. Wel was artikel 45, eerste lid, onder d, van de Woningwet in verbinding met artikel 17 van Pro de WRO van toepassing, waardoor de maximale termijn van vijf jaar geldt. Aangezien de portacabins al sinds 1999 aanwezig waren, was deze termijn overschreden en kon de vergunning niet worden verleend.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en wees de aanvraag af. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan eiseres wordt vergoed.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aanvraag voor een tijdelijke bouwvergunning af en vernietigt het bestreden besluit.