ECLI:NL:RBROT:2009:BH4272
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten bedrijfsbrandweerplicht stuwadoorsbedrijven wegens onjuiste toepassing opslag gevaarlijke stoffen
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van drie stuwadoorsbedrijven tegen besluiten van de gemeente Rotterdam waarin zij werden aangewezen als bedrijfsbrandweerplichtige inrichtingen op grond van het Besluit bedrijfsbrandweren. De kernvraag was of deze inrichtingen geheel of nagenoeg geheel bestemd zijn voor de opslag van gevaarlijke stoffen. De rechtbank concludeerde dat noch het Besluit noch de toelichting duidelijkheid verschaft over de betekenis van deze zinsnede, waardoor aansluiting bij normaal taalgebruik noodzakelijk was.
Verweerder stelde dat de opslagruimte die in de milieuvergunning was toegestaan, maatgevend was voor de beoordeling. Gelet op de beperkingen in de milieuvergunningen, waarbij maximaal 22% tot 23% van het terrein voor opslag van gevaarlijke stoffen mag worden gebruikt, oordeelde de rechtbank dat de inrichtingen niet als geheel of nagenoeg geheel bestemd voor opslag van gevaarlijke stoffen kunnen worden aangemerkt.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat eiseressen AVR-plichtige inrichtingen zouden zijn en dat dit de aanwijzing rechtvaardigde. Ook werd vastgesteld dat de brandweer geen of onvoldoende rekening had gehouden met bestaande eisen uit de Brandweerwet en andere regelgeving. De beroepen werden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en de primaire besluiten voor herziening geschikt verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten en verklaart de primaire besluiten voor herziening vatbaar.