ECLI:NL:RBROT:2009:BH4943
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stuiting verjaring kredietvordering na faillissement en erkenning
De zaak betreft een kredietovereenkomst gesloten in 1997 waarbij [gedaagde] krediet kreeg van [bedrijf 1]. Na het faillissement van [gedaagde] in 2001 en de daaropvolgende opheffing wegens gebrek aan baten, is de vordering overgedragen aan [eiseres].
[gedaagde] heeft sinds 2000 geen betalingen meer verricht en betwist dat de vordering is ingediend in het faillissement en dat hij de vordering in 2005 heeft erkend. [eiseres] stelt dat de verjaring is gestuit door indiening van de vordering in het faillissement en door erkenning in 2005 via een betalingsvoorstel en telefonisch contact.
De rechtbank oordeelt dat het aan [eiseres] is om bewijs te leveren dat de verjaring is gestuit door deze handelingen. Zij draagt op om binnen twee weken getuigen op te geven die dit kunnen bevestigen, waarna de verhoren zullen worden gepland. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na bewijslevering.
Uitkomst: Bewijsopdracht gegeven aan eiseres om stuiting van verjaring aan te tonen, verdere beslissing aangehouden.