ECLI:NL:RBROT:2009:BH5021
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- O.E.M. Leinarts
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Wraking rechter afgewezen wegens ontbreken van gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter die eerder in vergelijkbare WOZ-beroepen van haar uitspraak had gedaan. Zij vreesde dat de rechter niet onbevooroordeeld zou zijn in een aanstaande zaak, mede omdat zij tegen eerdere uitspraken hoger beroep had ingesteld.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld tijdens een zitting waarbij zowel de gemachtigde van verzoekster als de gewraakte rechter aanwezig waren. De rechter heeft schriftelijk en mondeling zijn standpunt toegelicht en gepersisteerd in zijn onpartijdigheid.
De rechtbank overweegt dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid opleveren. De enkele omstandigheid dat de rechter eerder uitspraken deed in zaken tegen verzoekster en dat verzoekster hoger beroep heeft ingesteld, vormt geen grond voor wraking.
Verzoekster heeft ter zitting expliciet verklaard de objectieve onpartijdigheid van de rechter niet in twijfel te trekken. De wrakingskamer concludeert dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees bestaat voor vooringenomenheid en wijst het wrakingsverzoek af.
De beslissing is op 3 maart 2009 door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam genomen en uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.