ECLI:NL:RBROT:2009:BH5024
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- O.E.M. Leinarts
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter betrokken bij strafzaak medeverdachte
In deze zaak heeft de verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter die betrokken was bij de berechting van een strafzaak tegen een medeverdachte. De verzoeker stelde dat er sprake was van een objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid, omdat de rechter in de eerdere zaak beslissingen had genomen over strafbare feiten die ook aan verzoeker ten laste waren gelegd.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de enkele omstandigheid dat de rechter betrokken was bij de strafzaak tegen een medeverdachte geen grond voor wraking oplevert. Ook het feit dat in die eerdere strafzaak beslissingen zijn genomen over feiten die ook aan verzoeker ten laste zijn gelegd, leidt niet tot een gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid.
De rechtbank benadrukte dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling dient te worden vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De aangevoerde omstandigheden boden geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek is daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en afgewezen.