ECLI:NL:RBROT:2009:BH5026
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- O.E.M. Leinarts
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid door eerdere betrokkenheid bij medeverdachte
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter die betrokken was bij de berechting van een strafzaak tegen een medeverdachte. Zij stelde dat dit aanleiding gaf tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid, mede omdat in die eerdere zaak beslissingen waren genomen over strafbare feiten die ook aan haar ten laste werden gelegd.
De rechtbank stelde vast dat het wrakingsverzoek tijdig en ontvankelijk was ingediend, en dat de motivering niet onvoldoende was. De rechtbank overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid.
De enkele omstandigheid dat de rechter betrokken was bij de berechting van een medeverdachte is volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad onvoldoende om wraking te rechtvaardigen. Ook het feit dat in die zaak beslissingen zijn genomen over feiten die ook aan verzoekster werden toegerekend, leidt niet tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
De rechtbank concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren dat de rechter niet onpartijdig was, en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 6 maart 2009.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.