ECLI:NL:RBROT:2009:BH5153
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvlechting samenwerking en onrechtmatig beslag bij aandelen- en onroerendgoedtransacties
In deze zaak gaat het om de ontvlechting van een samenwerking tussen vennootschappen waarbij verschillende koopovereenkomsten zijn gesloten voor aandelen en onroerende zaken. Peet Beheer heeft aandelen in een houdstermaatschappij verkocht aan een koper, die later werd aangewezen als V Beheer, en daarnaast is een onroerend goed verkocht aan de houdstermaatschappij. Betalingen van de koopsommen zijn in termijnen overeengekomen, waarbij de houdstermaatschappij borg en hoofdelijk aansprakelijk is gesteld.
De rechtbank heeft geoordeeld dat V Beheer als koper moet worden aangemerkt en dat de houdstermaatschappij hoofdelijk aansprakelijk blijft voor de samengevoegde vorderingen. Hoewel betalingen grotendeels zijn voldaan, bleef een laatste termijn van circa €317.646,15 openstaan, waarvoor wettelijke rente verschuldigd is. De vorderingen tegen gedaagde in privé zijn afgewezen, maar het beslag dat ten laste van hem is gelegd, is onrechtmatig verklaard.
De rechtbank veroordeelt houdstermaatschappij en V Beheer tot betaling van het openstaande bedrag en rente, wijst de vorderingen tegen gedaagde in privé af, en verklaart het beslag op diens privévermogen onrechtmatig. Tevens wordt een schadestaatprocedure ingesteld voor de geleden schade door het onrechtmatig beslag. De proceskosten worden verdeeld conform de uitkomst van het geschil.
Uitkomst: Houdstermaatschappij en V Beheer worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van openstaande termijnen en rente, beslag op privé van gedaagde onrechtmatig verklaard met schadevergoeding, vorderingen tegen gedaagde privé afgewezen.