ECLI:NL:RBROT:2009:BH5457
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke aanvangshuurprijs appartement op woonschip in Rotterdam
In deze zaak staat een huurgeschil centraal over een appartement gelegen op een woonschip in Rotterdam. De kernvraag is of de huurbepalingen van titel 4, afdeling 5 van boek 7 BW van toepassing zijn en of het appartement kwalificeert als woonruimte. De huurovereenkomst dateert van 26 januari 2005, met een kale huurprijs van €437,40 per maand.
De huurcommissie had eerder geoordeeld dat het appartement een gebouwde onroerende zaak is en stelde een lagere redelijke huurprijs vast. De rechtbank oordeelt echter dat het ponton waarop het appartement is geplaatst geen gebouwde onroerende zaak is, maar dat de wetgever en de feitelijke omstandigheden maken dat de bepalingen voor woonruimte toch van toepassing zijn.
De rechtbank stelt vast dat het appartement geschikt is voor bewoning, met voorzieningen die vergelijkbaar zijn met reguliere woonruimte. De woningwaarderingspunten worden vastgesteld op 77, wat leidt tot een redelijke huurprijs van €310,70 per maand per 1 februari 2005. De primaire en subsidiaire vorderingen van de verhuurder worden afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank stelt de redelijke aanvangshuurprijs van het appartement op het woonschip vast op €310,70 per maand vanaf 1 februari 2005.