ECLI:NL:RBROT:2009:BH5636
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadeverdeling bij val van paard tijdens paardrijles
Op 3 februari 2006 is een 13-jarige leerling tijdens een paardrijles in een manege gevallen van het paard Dominant, waarbij zij ernstig hersenletsel opliep. De manege en haar vennoten werden aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:179 juncto Pro 6:181 BW. De manege erkende gedeeltelijke aansprakelijkheid, maar stelde dat sprake was van eigen schuld van de leerling, waardoor de vergoedingsplicht zou moeten worden verminderd.
De rechtbank stelde vast dat het ongeval veroorzaakt werd door een onverwachte manoeuvre van het paard, zonder dat sprake was van een rijfout van de leerling. Er was geen verwijt te maken aan de manege of instructrice, ondanks dat de instructrice niet gediplomeerd was en het paard groot en sterk. De vrijwillige deelname van de leerling aan de paardrijles werd als een aan haar toe te rekenen omstandigheid gezien volgens artikel 6:101 lid 1 BW Pro.
Gezien de omstandigheden en het ontbreken van een verzekering voor de leerling, maar wel een commerciële verzekering van de manege, paste de rechtbank een billijkheidscorrectie toe en bepaalde de schadeverdeling op 70% voor de manege en 30% voor de leerling. De manege en haar vennoten werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van 70% van de schade, vermeerderd met rente en proceskosten.
Uitkomst: De manege en haar vennoten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van 70% van de schade van de leerling.