ECLI:NL:RBROT:2009:BH5649
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ERT wegens onvoldoende onderbouwing beroep ontbindende voorwaarde
Op 15 december 2005 sloten A&G en ERT een overeenkomst voor sanering van de bodem bij Tokheim met de ISCO-methode. ERT vorderde vergoeding van schade wegens ontbinding van de overeenkomst, stellende dat A&G onterecht een beroep deed op een ontbindende voorwaarde in de overeenkomst.
A&G betwistte dit en stelde dat de sanering met ISCO niet mogelijk was en dat ERT tekortgeschoten was in haar verplichtingen, onder meer door niet te waarschuwen voor hogere benodigde hoeveelheden natriumpermanganaat. ERT stelde dat A&G zelf de schorsing van de overeenkomst met Tokheim had veroorzaakt en dat A&G daarom geen beroep kon doen op de ontbindende voorwaarde.
De rechtbank oordeelde dat ERT onvoldoende had onderbouwd dat de saneringswaarden alsnog met ISCO konden worden bereikt en dat het aan ERT was om dit te bewijzen. Omdat ERT hier niet in slaagde, werd de vordering afgewezen. ERT werd veroordeeld in de proceskosten. De reconventionele vordering van A&G behoefde geen bespreking omdat de ontbindende voorwaarde niet was vervuld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van ERT af wegens onvoldoende onderbouwing en veroordeelt ERT in de proceskosten.