ECLI:NL:RBROT:2009:BH5650
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.N. van Zelm van Eldik
- Sprenger
- Heevel
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor contaminatie gasolie door tekortkomingen opslagbedrijf Vopak
Op 2 mei 2002 werd een partij gasolie gelost bij Vopak Terminal Europoort (VTE) en opgeslagen onder bewaarneming van Vopak Oil Logistics Netherlands B.V. (VOLN). Tijdens het overpompen raakte de gasolie gecontamineerd met een product met een lager vlampunt, vermoedelijk benzine, wat aanzienlijke schade veroorzaakte.
MSCG, de eigenaar van de gasolie, vorderde schadevergoeding van Vopak. Vopak betwistte aansprakelijkheid en stelde onder meer dat de vordering niet op haar rustte en dat een schikking was getroffen. De rechtbank stelde vast dat de bewaarnemingsovereenkomst was gesloten tussen MSCG en VOLN en dat de schade was veroorzaakt door contaminatie in leiding VPL 15, die niet was leeg gemaakt na eerdere benzinevervoer.
Deskundigenrapporten toonden ernstige tekortkomingen in de organisatie, administratie en procedures bij VOLN, waaronder onjuiste leidinginformatie, het ontbreken van fysieke controles en het ontbreken van uniforme werkvoorschriften. Deze tekortkomingen waren naar het oordeel van de rechtbank grove schuld, waardoor VOLN aansprakelijk is voor de schade.
De rechtbank verwierp het verweer dat de vordering niet ontvankelijk was en oordeelde dat de schikking niet tot stand was gekomen. De vordering jegens andere Vopak-entiteiten dan VOLN werd afgewezen omdat zij niet partij waren bij de overeenkomst. De rechtbank stond partijen toe tussentijds hoger beroep in te stellen.
Uitkomst: Vopak Oil Logistics Netherlands B.V. is aansprakelijk voor de contaminatieschade aan de gasolie wegens grove schuld.