ECLI:NL:RBROT:2009:BH5915
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- T. Damsteegt
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Intrekking WW-uitkering wegens werkzaamheden als zelfstandige en terugvordering onverschuldigde betalingen
Eiser was werkzaam als huismeester en werd per 1 november 2003 werkloos. Verweerder kende hem een WW-uitkering toe, die later werd herzien en uiteindelijk ingetrokken omdat eiser vanaf 3 november 2003 als zelfstandige werkzaam zou zijn geweest. Dit werd gebaseerd op een fraudeonderzoek, gegevens van de Belastingdienst en Kamer van Koophandel en eisers eigen verklaring.
De rechtbank oordeelt dat eiser inderdaad vanaf 3 november 2003 als zelfstandige werkte, minimaal 23,5 uur per week, en daardoor zijn hoedanigheid als werknemer verloor. Het recht op WW-uitkering kon niet herleven omdat hij zijn zelfstandige werkzaamheden niet binnen anderhalf jaar beëindigde. De onverschuldigd betaalde WW-uitkering over de periode 3 november 2003 tot 14 oktober 2007 dient daarom te worden teruggevorderd.
Verweerder trok echter ook een boete en een besluit tot terugvordering van een ander bedrag in, waarop de rechtbank het beroep deels gegrond verklaart en deze besluiten vernietigt. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De omstandigheden van eiser, zoals zijn leeftijd en beperkte arbeidsmarktperspectief, zijn niet voldoende om af te zien van terugvordering wegens dringende redenen.
Het beroep wordt voor het overige ongegrond verklaard, waarmee de intrekking van de WW-uitkering en terugvordering gehandhaafd blijven. De rechtbank benadrukt dat eiser zich als zelfstandige heeft gepresenteerd en dat het niet claimen van zelfstandigenaftrek in sommige jaren hieraan niet afdoet.
Uitkomst: De intrekking van de WW-uitkering en terugvordering worden bevestigd, maar de boete en het terugvorderingsbesluit van 1 februari 2008 worden vernietigd.