ECLI:NL:RBROT:2009:BH5992
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenzekerheid en termijnoverschrijding in civiele procedure
In deze civiele procedure heeft de rechtbank Rotterdam op 11 juni 2008 bepaald dat eiser een zekerheid van € 6.120,- moest stellen middels een bankgarantie binnen vier weken, onder dreiging van verval van zijn bevoegdheid om de procedure voort te zetten.
Eiser heeft echter zonder overleg met gedaagde een bedrag van € 6.120,- gestort op een derdengeldenrekening, wat gedaagde niet als voldoende zekerheid accepteerde. Pas op 1 augustus 2008 stelde eiser alsnog de bankgarantie, maar dit was na de gestelde termijn van 9 juli 2008.
Eiser voerde aan dat zijn verblijf in het buitenland en de noodzaak van persoonlijke aanwezigheid bij de bank de vertraging veroorzaakten, maar vroeg geen termijnverlenging aan. De rechtbank oordeelde dat deze handelwijze ongelukkig was, maar niet zodanig dat eiser zijn bevoegdheid tot voortzetting van de procedure verloor.
De termijnoverschrijding was gering (ongeveer drie weken) en gedaagde werd niet in zijn belangen geschaad. Daarom werden de proceskosten in het incident gecompenseerd en werd de hoofdzaak verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: Eiser blijft bevoegd tot voortzetting van de procedure ondanks termijnoverschrijding; proceskosten in het incident worden gecompenseerd.