ECLI:NL:RBROT:2009:BH6238
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel bestuursdwangkosten afgewezen wegens formele rechtskracht besluit
Op 9 januari 2006 trof een toezichthouder van de gemeentelijke dienst Stadstoezicht huisvuil aan op de openbare weg aan de Groene Hilledijk te Rotterdam, waar het volgens de APV Rotterdam niet was toegestaan huisvuil aan te bieden. Uit het huisvuil bleek dat het aan eiser was toe te rekenen. De gemeente verwijderde het huisvuil direct via bestuursdwang en bracht de kosten hiervan, €59, in rekening bij eiser. Deze maakte geen bezwaar tegen het besluit.
Na herhaalde verzoeken tot betaling en het uitblijven daarvan, vaardigde de gemeente op 31 januari 2008 een dwangbevel uit tot invordering van de kosten. Eiser stelde dat hij niet wist waarop hij de kosten moest betalen en dat de termijn van 2,5 jaar tussen bestuursdwang en invordering onredelijk was, stellende dat dit een punitief karakter had in strijd met artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursdwangbesluit formele rechtskracht heeft en dat eiser tijdig op de hoogte was van het besluit. De invordering van bestuursdwangkosten heeft geen punitief karakter en de gemeente heeft voldoende pogingen gedaan tot betaling. Het verzet van eiser wordt daarom ongegrond verklaard en de vordering afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt ongegrond verklaard en de kosten van bestuursdwang mogen door de gemeente worden geïnd.