ECLI:NL:RBROT:2009:BH6438
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Janssen
- Van der Ven
- Hamaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in mondelinge aanvulling vordering gevangenhouding
In deze zaak behandelde de rechtbank Rotterdam een aanvullende motivering betreffende een vordering tot gevangenhouding. Tijdens de raadkamerzitting op 17 maart 2009 voerde de officier van justitie mondeling aan dat de gevangenhouding ook moest worden uitgebreid tot een tweede feit, zoals omschreven in de eerdere vordering tot inbewaringstelling van 6 maart 2009. De officier van justitie stelde dat de rechter-commissaris ten onrechte had geoordeeld dat er onvoldoende ernstige bezwaren waren voor dit tweede feit, waardoor de bewaring daarvoor was afgewezen.
De rechtbank overwoog dat hoewel een mondelinge aanvulling vanuit het oogpunt van verdediging en zorgvuldige procesvoering onwenselijk is, dit op zichzelf geen reden is om de officier van justitie niet te ontvangen in haar aanvulling. Echter, omdat de officier van justitie geen hoger beroep had ingesteld tegen de eerdere beslissing en er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd, werd de aanvullende vordering tot gevangenhouding voor het tweede feit in strijd geacht met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
De rechtbank benadrukte het belang van rechtszekerheid voor de verdachte, die erop moet kunnen vertrouwen dat een eenmaal ingenomen rechterlijk standpunt, behoudens hoger beroep of nieuwe feiten, wordt gehandhaafd. Daarom werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in haar mondelinge aanvulling van de vordering tot gevangenhouding.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in haar mondelinge aanvulling van de vordering tot gevangenhouding.