ECLI:NL:RBROT:2009:BH6448
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging pandrecht wegens onverplichte rechtshandeling in faillissement
De curator van een failliete vennootschap vordert vernietiging van op 31 januari 2006 gevestigde zekerheidsrechten ten behoeve van een schuldeiser. De curator stelt dat de hypotheekakte voortbouwt op een niet-bestaande rechtsverhouding en dat sprake is van onverplichte rechtshandelingen en samenspanning in strijd met de Faillissementswet.
De rechtbank stelt vast dat de hypotheekakte verwijst naar een geldleningsovereenkomst van 21 december 2000, die door beide vennoten is ondertekend en waarvan de lening vermoedelijk mede namens de vennootschap is aangegaan. Hierdoor is geen sprake van voortbouwen op een ontbrekende rechtsverhouding en is de hypotheekakte niet vernietigbaar.
Ten aanzien van het pandrecht oordeelt de rechtbank dat dit is gevestigd op basis van een overeenkomst die slechts door één vennoot is ondertekend, waardoor de vennootschap niet gebonden was. Dit betreft een onverplichte rechtshandeling binnen een jaar voor faillissement, die rechtsgeldig is vernietigd door de curator.
De vordering van de curator wordt daarmee deels toegewezen: het pandrecht wordt vernietigd, de hypotheekrechtelijke zekerheid blijft geldig. De curator wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het pandrecht wordt vernietigd, de hypotheekrechtelijke zekerheid blijft geldig.