ECLI:NL:RBROT:2009:BH7805
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor schimmel- en scheurvorming door onjuiste houtdroging bij brandwerende behandeling
De zaak betreft een civiel geschil tussen een schilders- en behangersbedrijf ([eisers]) en een leverancier van brandwerende chemicaliën ([gedaagde]). [eisers] gaf opdracht om Iroko hout brandwerend te behandelen en op natuurlijke wijze te drogen, waarna schimmel- en scheurvorming ontstond. [gedaagde] voerde uit via onderaannemers.
De kern van het geschil is of [gedaagde] haar zorgplicht en waarschuwingsplicht heeft nageleefd, met name of zij [eisers] heeft gewaarschuwd voor de risico’s van natuurlijke droging en het gebrek aan ervaring met Iroko hout. Tevens is van belang of het hout nat en in plastic verpakt is opgeslagen, wat schimmelvorming kan veroorzaken.
De rechtbank oordeelt dat de mededeling van [gedaagde] over geconditioneerde droging kwalificeert als een waarschuwing volgens art. 7:754 BW Pro. Indien deze waarschuwing is gegeven en zorgplicht is nagekomen, is [gedaagde] niet aansprakelijk. De bewijs- en stelplicht liggen bij [gedaagde].
Verder bespreekt de rechtbank de vraag of en wanneer [gedaagde] in verzuim is geraakt, waarbij een ingebrekestelling vereist is tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. Indien [persoon 1] heeft verklaard dat geen oplossing werd gezien en instemde met herstel door [eisers], kan verzuim zonder ingebrekestelling intreden.
De rechtbank laat partijen toe bewijs te leveren over deze feiten en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en laat partijen bewijs leveren over aansprakelijkheid en verzuim.