ECLI:NL:RBROT:2009:BH8573
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning financiële dienstverlener wegens onvoldoende betrouwbaarheid na veroordeling valsheid in geschrifte
Eiser heeft in januari 2006 een vergunningaanvraag ingediend bij de AFM voor het bemiddelen in financiële diensten. De AFM weigerde de vergunning omdat eiser eerder was veroordeeld voor valsheid in geschrifte en verduistering, en omdat nog niet acht jaar waren verstreken sinds deze onherroepelijke veroordeling, zoals vereist in artikel 15 van Pro het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo).
Eiser had bovendien onjuist ingevulde formulieren ingediend waarin hij zijn strafrechtelijke antecedenten ontkende, ondanks dat de AFM over de veroordelingen beschikte. De rechtbank oordeelde dat de AFM terecht de betrouwbaarheid van eiser niet buiten twijfel achtte, mede gezien het directe verband tussen de gepleegde strafbare feiten en de werkzaamheden in de financiële sector.
De rechtbank verwijst naar de Europese Richtlijn 2002/92/EG en de nationale wetgeving (Wft en BGfo) die strenge eisen stellen aan de betrouwbaarheid van financiële dienstverleners. De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van de vaste beoordelingsmaatstaf in artikel 15 BGfo Pro en wijst het beroep af. De AFM heeft een eigen beoordelingsbevoegdheid die niet wordt aangetast door eerdere beslissingen van andere instanties zoals de SER.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de vergunning wegens onvoldoende betrouwbaarheid.