ECLI:NL:RBROT:2009:BH8666
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Driel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieplicht wegens samenwonen als gehuwd volgens art. 1:160 BW
De man verzocht de rechtbank om zijn alimentatieplicht jegens de vrouw te beëindigen omdat zij sinds 3 januari 2006 samenleeft met een ander als waren zij gehuwd, in de zin van artikel 1:160 BW Pro. Hij onderbouwde dit met een observatieverslag van een onderzoeksbureau en aanvullende bewijsstukken.
De vrouw betwistte de samenwoning en stelde dat zij slechts een deel van de week bij haar partner verblijft en geen gemeenschappelijke huishouding voert. De rechtbank overwoog dat de man de bewijslast draagt en dat uit het observatierapport, buurtonderzoeken, gezamenlijke zakelijke activiteiten, en het gebruik van het adres en e-mailadressen van de partner voldoende is gebleken dat sprake is van samenwonen als gehuwd.
De rechtbank liet de vrouw toe tot het leveren van tegenbewijs en stelde de zaak aan tot 1 mei 2009, met nadere instructies over het indienen van getuigenverklaringen en stukken. Tevens werd bepaald dat tegen deze tussenbeschikking hoger beroep kan worden ingesteld. De uitspraak werd gedaan door rechter Van Driel.
Uitkomst: De rechtbank acht voorshands bewezen dat de vrouw sinds 3 januari 2006 samenleeft met haar partner als waren zij gehuwd, en stelt de zaak aan tot 1 mei 2009 voor tegenbewijs.