ECLI:NL:RBROT:2009:BI0624

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
306485/ HA ZA 08-1106
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Fiege
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 337 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan tussentijds hoger beroep inzake aansprakelijkheid en deskundigenbericht bij epilepsie na ongeval

In deze civiele zaak heeft de rechtbank Rotterdam het verzoek van gedaagden om tussentijds hoger beroep toe te staan gehonoreerd. Het tussenvonnis van 7 januari 2009 verwierp het beroep op verjaring voor de schade als gevolg van epilepsie en stelde vast dat de aansprakelijkheid van gedaagden voor het ongeval vaststaat. De rechtbank achtte een deskundigenbericht noodzakelijk om het causaal verband tussen het ongeval en de epileptische aanvallen te beoordelen.

Gedaagden verzochten om tussentijds hoger beroep toe te staan om mogelijke onnodige kosten van het deskundigenbericht te voorkomen, die geraamd werden tussen €5.400 en €6.200. De rechtbank oordeelde dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een uitzondering op de hoofdregel van artikel 337 lid 2 Rv Pro rechtvaardigen. Dit omdat vernietiging van het tussenvonnis het deskundigenbericht overbodig kan maken en er een verhaalsrisico bestaat voor eisers die gefinancierde rechtsbijstand genieten.

De rechtbank nam ook mee dat de epilepsie van de minderjarige niet van voorbijgaande aard is, waardoor geen spoedige uitvoering van het deskundigenonderzoek noodzakelijk is. Gezien deze overwegingen werd het verzoek van gedaagden toegewezen en is tussentijds hoger beroep toegestaan.

Uitkomst: De rechtbank stond tussentijds hoger beroep toe tegen het tussenvonnis vanwege bijzondere omstandigheden en hoge kosten van het deskundigenbericht.

Uitspraak

Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 306485/ HA ZA 08-1106
Uitspraak: 8 april 2009
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
[eiser],
[eiseres],
mede handelend in hun hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige zoon [persoon 1],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers,
advocaat mr. A.P. Hovinga te Rotterdam,
- tegen -
de naamloze vennootschap RET N.V.,
gevestigd te Rotterdam
de publiekrechtelijke rechtspersoon DE GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelend te Rotterdam,
gedaagden,
advocaat mr. E. Van Houweninge Graftdijk te Rotterdam.
1 Het verdere verloop van het geding
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 7 januari 2009 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
brief van de zijde van gedaagden d.d. 16 maart 2009, houdende het verzoek te bepalen dat vóór het eindvonnis hoger beroep kan worden ingesteld;
brief van de zijde van eisers d.d. 23 maart 2009.
2. Het verzoek en de beoordeling daarvan
2.1 De rechtbank heeft in voormeld tussenvonnis het beroep van gedaagden op verjaring verworpen voor zover dit betrekking heeft op de vordering die ziet op de schade ten gevolge van de epilepsie en overwogen dat de aansprakelijkheid van gedaagden voor de gevolgen van het ongeval vaststaat. De rechtbank heeft voorts overwogen een deskundigenbericht noodzakelijk te achten teneinde een oordeel te kunnen geven omtrent het causaal verband tussen het ongeval en de epileptische aanvallen. De zaak is vervolgens naar de rol verwezen teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich onder meer uit te laten omtrent de hoogte van het voorschot.
2.2 Gedaagden hebben bij voormelde brief van 16 maart 2009 de rechtbank verzocht uit kostentechnisch en procestechnisch oogpunt de mogelijkheid van tussentijds beroep van voormeld tussenvonnis open te stellen. Eisers hebben hiertegen bezwaar gemaakt, aangezien tussentijds hoger beroep niet in hun belang is.
2.3 De rechtbank neemt bij het nemen van de beslissing op het verzoek van gedaagden in aanmerking dat het verzoek ertoe strekt een uitzondering te maken op de in artikel 337 lid 2 Rv Pro neergelegde hoofdregel dat hoger beroep van tussenvonnissen slechts is toegestaan tegelijk met dat tegen het eindvonnis. Uit de wetsgeschiedenis van vorenbedoelde bepaling kan worden afgeleid dat het de bedoeling is om bij het toestaan van tussentijds beroep een grote mate van terughoudendheid te betrachten en dat de beslissing daartoe afhankelijk is van de vraag of in het voorliggende geval sprake is van bijzondere omstandigheden die afwijking van de in artikel 337 lid 2 Rv Pro neergelegde hoofdregel doelmatiger maken.
De rechtbank is van oordeel dat dergelijke bijzondere omstandigheden zich in casu voordoen. Een eventuele vernietiging van het tussenvonnis door het hof kan tot gevolg hebben dat een deskundigenbericht overbodig is. De kosten verbonden aan het deskundigenbericht zijn aanzienlijk. De deskundigen hebben deze kosten begroot op een bedrag tussen de circa € 5.400,- en € 6.200,-. In voormeld tussenvonnis is voorshands overwogen dat gedaagden het voorschot dienen te voldoen. Indien later geoordeeld mocht worden dat de kosten van het deskundigenbericht voor rekening van eisers dienen te komen, is er sprake van een verhaalsrisico, nu eisers procederen op basis van gefinancierde rechtsbijstand. Tot slot heeft de rechtbank in haar overwegingen betrokken dat de epilepsie van de minderjarige niet van voorbijgaande aard is, zodat op grond daarvan geen noodzaak aanwezig is het deskundigenonderzoek op korte termijn te laten plaatsvinden.
Gezien het voorgaande zal het verzoek worden toegewezen.
3 De beslissing
De rechtbank,
stelt tussentijds hoger beroep open van het tussenvonnis van 7 januari 2009.
Dit vonnis is gewezen door mr. Fiege.
Uitgesproken in het openbaar.
204