ECLI:NL:RBROT:2009:BI0649

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
311517 / HA ZA 08-1799
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:232 BWArt. 6:233 BWArt. 6:234 lid 1 sub a BWArt. 1021 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging algemene voorwaarden en UAV wegens gebrek aan kennisgeving en geen arbitrageovereenkomst

In deze civiele procedure staat centraal of de algemene voorwaarden van gedaagde en de daarin opgenomen Uniforme Administratieve Voorwaarden (UAV) van toepassing zijn op de overeenkomst tussen partijen. Gedaagde stelt dat deze voorwaarden gelden en dat geschillen via arbitrage moeten worden beslecht. Eiser betwist dit en stelt dat de voorwaarden niet rechtsgeldig ter hand zijn gesteld, waardoor vernietiging volgt.

De rechtbank oordeelt dat de UAV niet als bijlage bij de opdrachtbevestiging zijn verstrekt en dat eiser geen redelijke mogelijkheid heeft gehad om kennis te nemen van de UAV. Hierdoor vernietigt de rechtbank zowel de algemene voorwaarden als de UAV. Vervolgens beoordeelt de rechtbank dat het arbitragebeding in de UAV komt te vervallen en dat artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden niet als een geldige arbitrageovereenkomst kan worden beschouwd, omdat het niet duidelijk en schriftelijk is overeengekomen.

Het beroep van gedaagde op rechtsverwerking wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het beroep van gedaagde af om de zaak aan arbitrage te onderwerpen. De uitspraak over de kosten wordt gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de UAV en wijst het beroep op arbitrage af wegens onvoldoende kennisgeving en ontbreken van een schriftelijke arbitrageovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 311517 / HA ZA 08-1799
Uitspraak: 1 april 2009
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat mr. J.M. Vermolen,
- tegen -
[gedaagde],
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. A.D. Lindenbergh.
Partijen worden hierna aangeduid als "[eiser]" respectievelijk "[gedaagde]".
1 Het verloop van het geding
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 7 juli 2008 en de door [eiser] overgelegde producties;
- incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid aan de zijde van [gedaagde];
- conclusie van antwoord in incident houdende exceptie van onbevoegdheid;
- conclusie van repliek in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid;
- conclusie van dupliek in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid, met productie.
2 Het geschil in het incident
2.1 [gedaagde] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de vorderingen van [eiser] kennis te nemen. [gedaagde] heeft hieraan ten grondslag gelegd dat tussen partijen een aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen waarop de algemene voorwaarden van [gedaagde] (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing zijn. Artikel 3 van Pro de algemene voorwaarden verklaart de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (hierna: UAV) van toepassing. Artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden bepaalt voorts dat geschillen zullen worden beslecht overeenkomstig paragraaf 49 van de UAV. Deze paragraaf bevat een arbitragebeding.
2.2 [eiser] heeft de vordering betwist en geconcludeerd dat de rechtbank de vordering van [gedaagde] in het incident zal afwijzen. [eiser] heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de algemene voorwaarden en de UAV niet van toepassing zijn. [eiser] stelt voorts dat de algemene voorwaarden en de UAV niet overeenkomstig artikel 6:234 lid 1 sub a Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW) ter hand zijn gesteld. [eiser] beroept zich op vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden en de UAV op grond van artikel 6:233 aanhef Pro en onder b BW. Voorts voert hij aan dat artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden niet als een geldige overeenkomst tot arbitrage in de zin van artikel 1021 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) aangemerkt kan worden.
3 De beoordeling in het incident
3.1 Partijen kunnen bij overeenkomst geschillen die tussen hen zijn ontstaan aan arbitrage onderwerpen. Artikel 1021 Rv Pro bepaalt dat een overeenkomst tot arbitrage wordt bewezen door een geschrift. Daarvoor is voldoende een geschrift dat in arbitrage voorziet of dat verwijst naar algemene voorwaarden welke in arbitrage voorzien en dat door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard.
3.2 Of de wederpartij gebonden is aan de algemene voorwaarden, moet beantwoord worden aan de hand van de algemene bepalingen voor algemene voorwaarden, in het bijzonder artikel 6:232 BW Pro. Beide partijen gaan ervan uit dat de opdrachtbevestiging d.d. 11 december 2006 (hierna: de opdrachtbevestiging) de tussen partijen gesloten overeenkomst, die aan de vordering in de hoofdzaak ten grondslag ligt, behelst. In deze opdrachtbevestiging is opgenomen: “Voorts zijn op deze aanbieding onze Algemene Voorwaarden d.d. 1-9-2006 van toepassing”. Door ondertekening van de opdrachtbevestiging door [eiser], mocht [gedaagde] ervan uitgaan dat de algemene voorwaarden en de daarin van toepassing verklaarde UAV deel uitmaakten van de overeenkomst.
3.3 Tussen partijen is voorts in geschil of een redelijke mogelijkheid is geboden om van de algemene voorwaarden en de UAV kennis te nemen. [gedaagde] stelt dat het een standaard procedure is dat de algemene voorwaarden inclusief de daarin genoemde UAV worden meegezonden bij een aanbieding aan een natuurlijk persoon. [eiser] stelt dat de algemene voorwaarden en de UAV niet ter hand zijn gesteld en vernietigt zowel de algemene voorwaarden als de UAV.
3.4 Ten aanzien van de vraag of aan [eiser] een redelijke mogelijkheid is geboden om kennis te nemen van de UAV, waarin het arbitragebeding is vervat, overweegt de rechtbank als volgt. In de opdrachtbevestiging wordt alleen gesproken over toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Daarnaast staan onderaan de opdrachtbevestiging alleen de algemene voorwaarden als bijlage vermeld. De UAV komen in de opdrachtbevestiging niet ter sprake en zijn ook niet als bijlage bij de opdrachtbevestiging opgenomen. Bovendien staat in artikel 3.2 van de algemene voorwaarden dat de UAV ter inzage liggen bij [gedaagde] en op verzoek zullen worden toegezonden. De stelling van [gedaagde] dat het een standaardprocedure is om zowel de algemene voorwaarden als de UAV met de offerte mee te sturen staat hier haaks op. Het had naar het oordeel van de rechtbank op de weg van [gedaagde] gelegen om haar stelling op dit punt nader te onderbouwen, niet in de laatste plaats omdat de opdrachtbevestiging door [gedaagde] zelf is opgesteld. Nu [gedaagde] zulks niet heeft gedaan, neemt de rechtbank – bij gebreke van een voldoende betwisting van de stelling van [eiser] dat hij de UAV niet heeft ontvangen – als vaststaand aan dat de UAV niet aan [eiser] ter hand zijn gesteld. De rechtbank gaat derhalve voorbij aan het door [gedaagde] gedane bewijsaanbod dat de UAV met de opdrachtbevestiging zijn meegezonden, en is gelet op het voorgaande van oordeel dat aan [eiser] niet een redelijke mogelijkheid is geboden om van de UAV kennis te nemen. Geen van de door [gedaagde] aangevoerde stellingen kan leiden tot een ander oordeel.
3.5 Nu de UAV door [eiser] zijn vernietigd, is het in de UAV vervatte arbitragebeding komen te vervallen. Vervolgens ligt de vraag voor of de algemene voorwaarden in arbitrage voorzien. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden bepaalt: “Geschillen tussen [gedaagde] en de opdrachtgever zullen worden beslecht overeenkomstig § 49 UAV 1989”. Van een particulier als [eiser] kan niet verwacht worden dat hij na lezing van dit artikel moet begrijpen dat arbitrage wordt overeengekomen, noch dat hij op de hoogte is van de inhoud van paragraaf 49 van de UAV. De rechtbank is van oordeel dat artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden niet als een geschrift dat in arbitrage voorziet in de zin van artikel 1021 Rv Pro kan worden aangemerkt. Nu de gestelde arbitrageovereenkomst is betwist en [gedaagde] na vernietiging van de UAV niet beschikt over een geschrift in de zin van artikel 1021 Rv Pro waarmee de gestelde overeenkomst van arbitrage kan worden bewezen, moet haar beroep op het bestaan van een dergelijke overeenkomst worden afgewezen.
3.6 Het bij conclusie van repliek in het incident onder 14 nog door [gedaagde] gedane beroep op rechtsverwerking en op in de visie van [gedaagde] door [eiser] bij haar gewekt rechtvaardig vertrouwen dat de voorwaarden van toepassing zijn, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Immers, [gedaagde] heeft geen concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat [eiser] zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met zijn beroep op vernietigbaarheid van de voorwaarden in deze procedure. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om concreet aan te geven en met stukken te onderbouwen hoe en wanneer zij eerder een beroep heeft gedaan op de voorwaarden, en op welke wijze [eiser] zich toen heeft gedragen waardoor [gedaagde] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de algemene voorwaarden en de UAV van toepassing zouden zijn. De rechtbank gaat daarom aan deze stellingen van [gedaagde] voorbij.
3.7 Op grond van de wettelijke bevoegdheidsregels is de rechtbank Rotterdam bevoegd om van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen.
3.8 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering in het incident moet worden afgewezen.
3.9 De uitspraak over de kosten zal worden gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
4 De beslissing
De rechtbank,
in het incident
wijst de vordering af;
reserveert de uitspraak over de kosten tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 29 april 2009 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman.
Uitgesproken in het openbaar.
1902/1729