ECLI:NL:RBROT:2009:BI1361
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verlenging huisverbod ongegrond verklaard wegens dreiging en uitblijven hulpverlening
Op 24 februari 2009 legde de burgemeester van de gemeente Albrandswaard een huisverbod op aan verzoeker wegens een ernstig en direct gevaar voor de veiligheid van zijn vrouw en kinderen. Dit huisverbod werd op 6 maart 2009 verlengd met achttien dagen. Verzoeker stelde beroep in tegen deze verlenging en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om het huisverbod te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het incident op 24 februari, waarbij een schermutseling ontstond over het kentekenbewijs van de auto en dreigende taal werd gebruikt, als een escalatie tussen partijen moet worden gezien. Hoewel er geen fysieke verwondingen waren, was de dreiging aanwezig. Daarnaast bleek uit risico-inventarisaties dat verzoeker de sloten van de woning had vervangen en zijn vrouw en oudste zoon had buitengesloten, wat de gespannen situatie bevestigt.
Verzoeker vond hulpverlening niet noodzakelijk en stond daar sceptisch tegenover, waardoor deze nog niet was opgestart. De toezegging van verzoeker om niet terug te keren naar de echtelijke woning bood onvoldoende garantie voor de veiligheid. De rechtbank stelde vast dat de belangen van verzoeker, zoals het veiligstellen van bankgegevens en contact met zijn jongste zoon, via hulpverlening kunnen worden geregeld zonder het huisverbod te schorsen.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het beroep ongegrond en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. De beslissing werd mondeling uitgesproken op 12 maart 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.