ECLI:NL:RBROT:2009:BI2433
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- W.J.J. Wetzels
- O.E.M. Leinarts
- Rechtspraak.nl
Wraking verzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid in civiele procedure afgewezen
In een civiele procedure tussen partijen heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter vanwege vermeende vooringenomenheid, gebaseerd op haar politieke achtergrond en beslissingen in de procedure.
De rechtbank oordeelt dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend, aangezien verzoeker al op 11 februari 2009 had moeten concluderen dat er grond was voor wraking, maar het verzoek pas op 9 maart 2009 is ingediend. De rechtbank acht het argument dat overleg met de Orde van Advocaten noodzakelijk was niet aannemelijk.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de politieke achtergrond van de rechter en haar eerdere beslissingen geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid opleveren. De wrakingskamer beoordeelt niet de juistheid van rechterlijke beslissingen, tenzij deze dermate onbegrijpelijk zijn dat zij wijzen op vooringenomenheid, wat hier niet het geval is.
Het verzoek tot wraking wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen de rechter wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.