ECLI:NL:RBROT:2009:BI2759
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak advocaat wegens ontbreken opzet gebruik valse getuigenverklaringen en uitlokking meineed
De rechtbank Rotterdam behandelde een strafzaak tegen een advocaat die werd verdacht van het opzettelijk gebruik van valse of vervalste schriftelijke getuigenverklaringen en het uitlokken van meineed in een civiele procedure.
De officier van justitie stelde dat verdachte wetenschap had van de valsheid van de verklaringen en opzettelijk de getuigen had opgeroepen om valse verklaringen af te leggen, waarbij ook misbruik van zijn gezag als advocaat werd betoogd. Verdachte ontkende dit en voerde aan dat hij geen wetenschap had van de valsheid en dat zijn handelen binnen zijn wettelijke plichten als advocaat viel.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte op enig moment wetenschap had van de valsheid van de verklaringen. De verklaringen van getuigen en de omstandigheden gaven geen aanwijzing dat verdachte bewust valse verklaringen gebruikte of meineed uitlokte. Verdachte handelde binnen de grenzen van zijn taak als advocaat en maakte geen misbruik van zijn gezag.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding wegens het ontbreken van een bewezenverklaard feit.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewezen opzet op gebruik van valse getuigenverklaringen en uitlokking van meineed.