ECLI:NL:RBROT:2009:BI2836
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel en schadevergoeding wegens onrechtmatig verwijderen badkamers en keukens
De zaak betreft een verzet tegen een dwangbevel en een vordering tot schadevergoeding door de opposant tegen de gemeente Rotterdam. De opposant stelt dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door tijdens een lopend schorsingsverzoek werkzaamheden uit te voeren en drie badkamers, keukens en toiletten te verwijderen zonder volledige compensatie.
De rechtbank stelt vast dat het aanschrijvingsbesluit onherroepelijk is en de gemeente bevoegd was tot uitvoering en kostenverhaal. Echter, in de periode tussen het verzoek om voorlopige voorziening en de uitspraak daarvan was uitvoering zonder rechtstitel onrechtmatig. De gemeente mocht beheers- en invorderingskosten in rekening brengen, maar forfaitaire percentages worden deels gematigd.
De omvang van de schade door verwijdering van voorzieningen is betwist. De opposant moet bewijs leveren dat drie in plaats van twee badkamers, keukens en toiletten zijn verwijderd. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor nadere bewijslevering en berekening van de schade. Het dwangbevel blijft grotendeels in stand en de vordering tot opheffing van beslagen wordt afgewezen.
Uitkomst: Het dwangbevel blijft grotendeels in stand, schadevergoeding wordt nader vastgesteld, en vordering tot opheffing beslagen wordt afgewezen.