ECLI:NL:RBROT:2009:BI2855
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- A. Verweij
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toetsing van luchthaven Schiphol tarieven en verrekening extra kosten volgens de Wet luchtvaart
Schiphol stelde per 1 november 2007 de tarieven en voorwaarden vast voor luchthavenactiviteiten. KLM diende op grond van artikel 8.25f Wet luchtvaart een aanvraag in tegen deze tarieven, waarna de NMa vaststelde dat bepaalde kostenposten in strijd waren met de wet. Zowel Schiphol als KLM stelden beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank beoordeelde de verrekening van extra kosten volgens artikel 8.25d, negende lid, Wet luchtvaart, waarbij kostenoriëntatie en een strikt regime voor verrekening gelden. Schiphol wilde een ruime interpretatie van verrekenbare kosten, wat de rechtbank verwierp. KLM stelde onder meer dat de kosten van decentral security onterecht waren verrekend, maar de rechtbank oordeelde dat deze kosten, gemaakt in verband met door de overheid opgelegde maatregelen, onder het regime vielen.
Een belangrijk geschilpunt was de post corporate costs, waarbij verweerder ten onrechte ook kosten beoordeelde die niet in KLM's aanvraag waren genoemd. De rechtbank vernietigde het besluit voor de onderdelen voorbereiding Six Sigma, huisvesting/drukwerk/contributie en diversen binnen corporate costs en beval herziening van de tarieven voor deze onderdelen. De overige beroepen van Schiphol en KLM werden ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde de Nederlandse Staat tot vergoeding van proceskosten aan Schiphol en wees de Staat aan als de partij die deze kosten moet vergoeden. De uitspraak bevestigt het belang van een strikte toepassing van de wet- en regelgeving bij tariefvaststelling en kostenverrekening door luchthavenexploitanten.
Uitkomst: Het beroep van Schiphol wordt deels gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor een deel van de corporate costs; overige beroepen worden ongegrond verklaard.