ECLI:NL:RBROT:2009:BI6128
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geldleningsovereenkomst en opeisbaarheid van lening tussen eiser en Trefpunt
De zaak betreft een geschil over de aard van een betaling van €51.064,50 door eiser aan Trefpunt, waarbij eiser stelt dat sprake is van een geldlening, terwijl Trefpunt dit betwist en spreekt van een aanbetaling voor courtage. De rechtbank stelt vast dat de betaling op een bankrekening van Trefpunt is ontvangen en dat partijen een schriftelijke geldleningsovereenkomst hebben ondertekend.
Trefpunt heeft aangevoerd dat de betaling bedoeld was als aanbetaling en dat verrekening mogelijk is met verschuldigde bedragen aan een van de vennoten, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd. De rechtbank wijst het beroep op verrekening af wegens gebrek aan concrete specificatie en bewijs.
Verder is in geschil of de lening te allen tijde opeisbaar is. De rechtbank oordeelt dat, gelet op artikel 6:38 BW Pro, de lening opeisbaar is vanaf de ingebrekestelling door eiser. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen vanaf het moment dat Trefpunt in verzuim is geraakt. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Trefpunt, [gedaagde-1] en [gedaagde-2] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de lening met wettelijke rente en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Trefpunt en vennoten worden veroordeeld tot betaling van €51.064,50 met wettelijke rente en proceskosten.