ECLI:NL:RBROT:2009:BI6261
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling kredietvordering na overlijden mede-kredietnemer zonder kwijtschelding wegens betalingsachterstand
In deze zaak vordert ABN AMRO betaling van een openstaande schuld uit hoofde van een Flexibel Kredietovereenkomst, waarbij gedaagde en een mede-kredietnemer gezamenlijk hoofdelijk aansprakelijk zijn. De mede-kredietnemer is overleden op 16 maart 2008.
ABN AMRO stelt dat het krediet ineens opeisbaar is geworden vanwege een betalingsachterstand van ten minste twee maanden, ondanks een betalingsregeling die gedaagde niet volledig is nagekomen. Gedaagde betwist de opeisbaarheid en stelt dat vanwege het overlijden van de mede-kredietnemer kwijtschelding van (een deel van) de schuld zou moeten plaatsvinden.
De rechtbank oordeelt dat op het moment van overlijden een betalingsachterstand bestond, waardoor de kwijtscheldingsclausule niet van toepassing is. De betalingsachterstand en opeisbaarheid zijn voldoende onderbouwd met bankmutaties en correspondentie. De vordering van ABN AMRO wordt toegewezen tot een bedrag van €33.808,77, vermeerderd met kredietvergoeding en kosten. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €33.808,77 plus rente en kosten wegens opeisbaarheid krediet na betalingsachterstand op datum overlijden mede-kredietnemer.