ECLI:NL:RBROT:2009:BI7211
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Asscheman-Versluis
- Hamaker
- Van Dort
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekenbaarheid bij brandstichting in portiekwoning met gevaar voor omwonenden
Op 12 februari 2009 ontstond brand in een woning in een portiekflat te Rotterdam, waarbij verdachte als enige aanwezig was. Er waren twee brandhaarden, waaronder een met een fles met brandbare vloeistof en een gedeeltelijk verbrande lap, wat wijst op opzettelijke brandstichting. De brand veroorzaakte hevige rook- en warmteontwikkeling, leidend tot bewusteloosheid van de verdachte en ziekenhuisopname van twee medewerkers van Stadstoezicht, evenals evacuatie van omwonenden.
De verdachte ontkende opzet, maar dit werd verworpen door de rechtbank op basis van de systematische brandhaarden en het afsluiten van de woning. Psychiatrische rapporten van twee deskundigen stelden dat verdachte ten tijde van het delict leed aan een ernstige psychose met hallucinaties en suïcidale ideatie, waardoor hij volledig ontoerekeningsvatbaar was.
De rechtbank verklaarde het bewezen ten laste gelegde, maar sprak verdachte vrij wegens ontoerekenbaarheid en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging. Gezien het risico op herhaling en gevaar voor zichzelf en anderen, werd een gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar gelast, conform de adviezen van de deskundigen.
De strafbare feiten betroffen opzettelijke brandstichting met gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor omwonenden. De rechtbank achtte de maatregel passend en noodzakelijk vanwege de ernst van het delict en de psychische toestand van de verdachte.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 9 juni 2009.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.