ECLI:NL:RBROT:2009:BI7372
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en verjaring bij kettingbotsing met geschil over onderhoud voertuig en WAM-verzekering
In deze civiele procedure staat een kettingbotsing centraal waarbij de aansprakelijkheid voor de schade en de vraag of sprake is van een gebrek aan het voertuig wordt betwist. De hoofdzaak betreft een geschil tussen meerdere partijen, waaronder eiser [eiser 1], de vereniging Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars (NBM) en de verzekeraar HDI.
De rechtbank heeft reeds geoordeeld dat [persoon 2] en [persoon 1] ieder voor 50% aansprakelijk zijn voor de schade. HDI is de WAM-verzekeraar van het voertuig bestuurd door [persoon 2]. De vrijwaringsvordering van [eiser 1] tegen HDI is gebaseerd op dezelfde feitelijke en juridische grondslag als de hoofdzaak, maar een definitieve beslissing hierover is nog niet genomen. Ook de vraag of de werkgever van [eiser 1] als eigenaar aansprakelijk is wegens onvoldoende onderhoud van het voertuig, is nog in onderzoek.
HDI heeft verjaring van de vordering ingeroepen op grond van artikel 10 lid 1 WAM Pro, stellende dat de driejaarstermijn was verstreken. [eiser 1] en NBM betwisten dit en beroepen zich op artikel 3:310 BW Pro, dat de verjaringstermijn pas laat aanvangen bij kennisneming van de schade en aansprakelijke partij. De rechtbank acht het wenselijk om partijen te laten compareren om gezamenlijk de mogelijkheid van gelijktijdige appellen te bespreken.
De rechtbank heeft de verdere beslissing aangehouden en partijen opgeroepen om zich schriftelijk voor te bereiden en op de comparitie toe te lichten. Het tussenvonnis staat open voor hoger beroep zonder dat het eindvonnis hoeft te worden afgewacht.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en beveelt comparitie om standpunten en schikking te bespreken.