ECLI:NL:RBROT:2009:BI7945
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Pauw Gerlings-Döhrn
- Pit
- Benaissa
- Rechtspraak.nl
Veroordeling trambestuurster voor veroorzaken gevaar op de weg na aanrijding met dodelijk slachtoffer
Op 9 december 2006 reed de verdachte als trambestuurster over een onverlichte trambaan in Schiedam toen zij een voetganger aanreed. Het slachtoffer werd vermoedelijk laag bij de tram aangetroffen en is door de tram overreden en ruim twee kilometer meegesleept. De rechtbank stelde vast dat het niet bewezen kon worden dat de verdachte het slachtoffer tijdig had kunnen zien of dat de aanrijding door haar onvoorzichtigheid was veroorzaakt.
De verdachte werd vrijgesproken van de primair ten laste gelegde feiten van dood door schuld en het veroorzaken van een verkeersongeval met dodelijke afloop. Wel werd bewezen verklaard dat zij het meer subsidiaire feit had begaan door de tram weer in beweging te brengen binnen 12 tot 16 seconden na een automatische noodremming zonder de oorzaak te onderzoeken, waardoor het slachtoffer werd meegesleept en overreden.
De rechtbank oordeelde dat dit gedrag gevaar op de weg veroorzaakte en legde de verdachte een werkstraf van 240 uur op met een vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-naleving. Een ontzegging van de rijbevoegdheid werd niet opgelegd omdat een tram geen motorrijtuig is in de zin van de Wegenverkeerswet. De straf houdt rekening met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur voor het veroorzaken van gevaar op de weg na het weer in beweging brengen van de tram zonder onderzoek na aanrijding.