ECLI:NL:RBROT:2009:BI8642
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering en volmachtskwestie tussen Bosland Cars en Het Motorhuis
In deze civiele zaak vordert Het Motorhuis betaling van €6.300,- voor vier auto's die aan Bosland Cars zijn geleverd. Bosland Cars betwist de betaling en voert aan dat een derde, [getuige 1], de koopsommen aan Het Motorhuis zou hebben voldaan. De rechtbank toetst eerst of Bosland Cars dit bewijs kan leveren.
De rechtbank oordeelt dat Bosland Cars niet is geslaagd in het bewijs dat [getuige 1] de koopsommen daadwerkelijk aan Het Motorhuis heeft betaald. Getuigenverklaringen van Het Motorhuis spreken dit tegen en er is geen overtuigend bewijs dat de betalingen zijn gedaan.
Daarnaast onderzoekt de rechtbank of [getuige 1] bevoegd was om namens Het Motorhuis betalingen in ontvangst te nemen. Er is geen bewijs van een uitdrukkelijke of stilzwijgende volmacht. Bosland Cars beroept zich op artikel 3:61 lid 2 BW Pro, dat stelt dat een wederpartij die redelijkerwijs mocht aannemen dat een volmacht bestond, zich niet op het ontbreken daarvan kan beroepen. De rechtbank stelt echter vast dat Bosland Cars niet daadwerkelijk heeft aangenomen dat een toereikende volmacht was verleend, waardoor dit beroep faalt.
De rechtbank veroordeelt Bosland Cars tot betaling van €7.000,- aan Het Motorhuis, inclusief buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Tevens worden de proceskosten aan Bosland Cars opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Bosland Cars wordt veroordeeld tot betaling van €7.000,- plus rente en incassokosten aan Het Motorhuis.