ECLI:NL:RBROT:2009:BI8664
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanhoudingsverzoek in geschil over aansprakelijkheid vervoerder bij diefstal containerlading
In deze civiele procedure vordert eiser een verklaring voor recht dat hij niet of slechts beperkt aansprakelijk is voor schade door diefstal van een containerlading kleding die hij als vervoerder onder zich had. De zaak betreft een geschil tussen eiser en Wincanton, waarbij ook een Duitse procedure loopt tussen de verzekeraar van de opdrachtgever en een andere vervoerder.
Eiser verzoekt de rechtbank de hoofdzaak aan te houden totdat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen prejudiciële vragen heeft beantwoord over de uitleg van art. 71 EEX Pro-Vo en art. 31 CMR Pro. Wincanton stelt dat aanhouding noodzakelijk is om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat de prejudiciële vragen niet direct van invloed zijn op de hoofdzaak, dat er geen sprake is van samenloop van onverenigbare beslissingen tussen Nederlandse en Duitse rechter, en dat het belang van eiser bij zijn vordering in de hoofdzaak moet worden beoordeeld. Daarom wijst de rechtbank het aanhoudingsverzoek af en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar een volgende rolzitting.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding van de hoofdzaak af en veroordeelt Wincanton in de kosten van het incident.