ECLI:NL:RBROT:2009:BI8765

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
331007 / F2 RK 09-1094
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Van Driel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Wet op de orgaandonatieArt. 288 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming beenmergdonatie van meerderjarige met verstandelijke beperking voor levensbedreigende leukemiepatiënt

Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) verzocht de rechtbank om toestemming op grond van artikel 4 van Pro de Wet op de orgaandonatie (WOD) voor het afnemen van beenmerg bij een meerderjarige donor die vanwege een verstandelijke beperking niet in staat is zijn belangen redelijk te waarderen. De beenmergtransplantatie is noodzakelijk voor de 16-jarige ontvanger, die lijdt aan een agressieve vorm van leukemie en in levensgevaar verkeert.

De rechtbank stelde vast dat het beenmerg een regenererend orgaan is en dat de donor geen blijvende gezondheidschade zal ondervinden. De donor en zijn moeder waren goed geïnformeerd en hadden toestemming gegeven. De donor heeft een goede verstandhouding met zijn broer en heeft een zwaarwegend belang bij het afwenden van diens levensgevaar.

Gezien het spoedeisende belang en het ontbreken van bezwaren, verleende de rechtbank de gevraagde toestemming en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De ingreep zal onder algehele narcose plaatsvinden met passende medische zorg om tijdelijke bloedarmoede te voorkomen.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor beenmergafname bij de donor ten behoeve van transplantatie bij zijn broer.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Enkelvoudige kamer
Datum uitspraak: 29 mei 2009
Zaak- /Rekestnummer: 331007 / F2 RK 09-1094
Beschikking op het verzoekschrift van:
het Leids Universitair Medisch Centrum,
hierna te noemen het LUMC,
gevestigd te Leiden,
advocaat mr. E.J.C. de Jong, kantoorhoudende te Utrecht.
Het verzoekschrift heeft betrekking op:
[naam donor],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
hierna te noemen de donor,
wonende te [woonplaats].
Als belanghebbenden worden tevens aangemerkt:
1. [naam broer van de donor],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
broer van de donor,
hierna te noemen de ontvanger,
wonende te [woonplaats].
2. [naam moeder van de donor], ongehuwd,
moeder van de donor,
hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats].
Het verloop van de procedure
Op 27 mei 2009 is ter griffie van de rechtbank een verzoekschrift met bijlagen van het LUMC - gedateerd 26 mei 2009 - ontvangen, ertoe strekkende dat de rechtbank op grond van artikel 4 lid 2 van Pro de Wet op de orgaandonatie (WOD) toestemming verleent tot het verrichten van een ingreep tot beenmergafname bij de donor.
Van de zijde van het LUMC is een faxbericht met bijlagen ingekomen, gedateerd 28 mei 2009.
De zaak is behandeld op 29 mei 2009. Ter zitting zijn de donor en de moeder, alsmede de advocaat van het LUMC en mevrouw dr. T. Netelenbos, internist-hematoloog in het LUMC, verschenen. Tevens is verschenen mevrouw [naam zus van de moeder], zus van de moeder.
De vaststaande feiten
Bij het verzoekschrift zijn onder meer overgelegd:
- een door de donor ondertekende verklaring d.d. 12 mei 2009, waarin hij stelt er bewust voor te kiezen om beenmergdonor voor zijn broer te zijn en heel goed op de hoogte te zijn van de gevolgen die een beenmergtransplantatie voor hem kan hebben;
- een door de moeder ondertekende verklaring d.d. 19 mei 2009, waarin zij toestemming geeft voor de beenmergdonatie door de donor ten behoeve van de ontvanger en voorts (onder meer) kenbaar maakt goed te zijn geïnformeerd;
- een indicatiebesluit WSW van het CWI d.d. 3 juni 2008 ter zake van de donor. Daarin is diens arbeidshandicap ingedeeld in de categorie "ernstig" en wordt een indicatie gegeven voor de Sociale Werkvoorziening;
- enkele in het kader van de indicatie-aanvraag WSW opgemaakte rapporten.
Bij faxbericht van 28 mei 2009 zijn onder meer overgelegd:
- een door de behandelend arts, prof. dr. R. Pieters, ondertekende verklaring d.d. 27 mei 2009, waarin hij stelt dat de ontvanger gediagnosticeerd is met een agressieve vorm van leukemie en dat, om deze vorm van leukemie te overleven, een beenmergtransplantatie noodzakelijk is;
- een door mevrouw dr. T. Netelenbos, als hematoloog verbonden aan het LUMC, ondertekende verklaring d.d. 28 mei 2009, waarin zij (onder meer) stelt dat beenmerg een regenererend orgaan is en blijvende beenmergschade nog nooit is opgetreden.
Artikel 4 Wet Pro op de orgaandonatie (WOD) luidt:
"1. Verwijdering bij leven van een orgaan van een meerderjarige die niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, geschiedt slechts indien het een regenererend orgaan betreft en de verwijdering geen blijvende gevolgen zal hebben voor de gezondheid van de donor en alleen ten behoeve van implantatie bij een bloedverwant tot en met de tweede graad die in levensgevaar verkeert en van wie het levensgevaar niet op andere wijze even goed kan worden afgewend en indien tevens de donor een zwaarwegend belang heeft bij het afwenden van het levensgevaar van bedoelde bloedverwant.
2. De verwijdering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet dan nadat toestemming is verkregen van de wettelijke vertegenwoordiger dan wel bij ontbreken van deze van de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel bij ontbreken van dezen van een ouder of meerderjarig kind van de donor, alsmede van de rechtbank.
3. Degene die het orgaan zal verwijderen, draagt ervoor zorg dat de in het tweede lid bedoelde wettelijke vertegenwoordiger dan wel echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel ouder of kind alsmede, indien mogelijk, de donor op duidelijke wijze mondeling en desgewenst schriftelijk en desgewenst met behulp van audio-visuele middelen, worden geïnformeerd over de aard en het doel van de verwijdering en de te verwachten gevolgen voor de donor. Tevens vergewist hij zich ervan dat voldaan is aan het eerste en tweede lid".
De beoordeling
Het LUMC verzoekt ingevolge artikel 4 lid 2 WOD Pro toestemming van de rechtbank om beenmerg te verwijderen bij de donor ten behoeve van diens minderjarige broer.
De rechtbank stelt op grond van de stukken alsmede het ter zitting verhandelde vast dat de donor meerderjarig is en dat hij een verstandelijke beperking heeft waardoor hij niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen als bedoeld in artikel 4 lid 1 WOD Pro.
De donor is niet onder curatele of bewind gesteld, noch is sprake van een mentorschap. Gelet daarop behoeft het LUMC niet alleen de toestemming van de rechtbank doch tevens die van de moeder. Bij schriftelijke verklaring van 19 mei 2009 heeft de moeder deze toestemming verleend.
Uit de stukken en de nadere informatie ter zitting blijkt dat de ontvanger, die 16 jaar is, lijdt aan leukemie waardoor hij in levensgevaar verkeert. Hij is bij het LUMC aangemeld voor beenmergtransplantatie. Zijn behandelend arts, prof. dr. R. Pieters, heeft schriftelijk verklaard dat het gaat om een zeer agressieve vorm van leukemie en dat een beenmerg-transplantatie noodzakelijk is. Ter zitting heeft dr. Netelenbos bevestigd dat er geen alternatieve behandelingen zijn die eenzelfde kans op succes bieden.
Het te transplanteren beenmerg moet afkomstig zijn van een gezonde donor, van wie de weefselkenmerken, bepalend voor de kans op afstoting/acceptatie van het transplantaat, compatibel moeten zijn met het afweersysteem van de ontvanger. Aangezien deze weefsel-kenmerken erfelijk zijn bepaald, is door het LUMC onderzocht of een familielid van de ontvanger beschikt over de voor de transplantatie vereiste weefselkenmerken. Onderzoek wees uit dat van de familieleden alleen de donor in aanmerking komt.
Vast staat dat beenmerg een regenererend orgaan is als bedoeld in artikel 4 lid 1 WOD Pro. De donor zal na de afname van zijn beenmerg weer voldoende beenmerg aanmaken en geen blijvende gezondheidschade ondervinden aan de transplantatie.
Het beenmerg zal onder algehele narcose worden afgenomen door middel van puncties in de bekken waarbij bloedverlies onvermijdelijk zal zijn. Om de mogelijk in te treden tijdelijke bloedarmoede te verhelpen, zal de donor een bloedtransfusie krijgen met enkele dagen eerder bij hem zelf afgenomen bloed.
Uit hetgeen de donor desgevraagd verklaard heeft ter zitting, concludeert de rechtbank dat hij een goede verstandhouding heeft met zijn broer. De donor zou zijn broer naar eigen zeggen erg missen als die zou komen te overlijden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de donor dan ook een zwaarwegend belang bij een toewijzing van het verzoek.
Voorts concludeert de rechtbank op grond van het ter zitting verhandelde dat zowel de moeder als de donor zelf goed geïnformeerd zijn over het doel van de transplantatie en de wijze waarop deze zal plaatsvinden, alsook over de eventuele nawerkingen van de behandeling.
De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat voldaan is aan de eisen van artikel 4 WOD Pro. Nu er voorts geen bezwaren zijn tegen inwilliging van het verzoek, zal de rechtbank beslissen zoals is verzocht.
De rechtbank zal de beslissing gelet op het spoedeisende belang daarvan op grond van artikel 288 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering uitvoerbaar bij voorraad verklaren
De beslissing
De rechtbank
verleent toestemming tot het verrichten van een ingreep tot beenmergafname bij [naam donor], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], ten behoeve van transplantatie van het afgenomen beenmerg bij [naam broer van de donor], geboren op
[geboortedatum] te [geboorteplaats].
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Driel, rechter, in bijzijn van mr. Ligthart, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting.