ECLI:NL:RBROT:2009:BI9013
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot bevel tot instemming met aangeboden schuldregeling wegens onvoldoende onderbouwing en twijfel aan goede trouw
Verzoekers zijn in financiële problemen geraakt door omzetdaling en het wegvallen van een opdrachtgever, waardoor zij hun onderneming moesten staken. Zij boden een schuldregeling aan waarbij derden €57.500 beschikbaar stelden om schulden te betalen, gebaseerd op een inschatting van wat in drie jaar schuldsaneringsregeling gespaard zou kunnen worden. Niet alle schuldeisers gingen akkoord, waarna verzoekers een advocaat inschakelden om het akkoord aan te bieden.
Diverse schuldeisers betwijfelen de verhouding tussen het aanbod en hun vorderingen, de herkomst van het bedrag en de betrouwbaarheid van het voorstel. Ook wordt de goede trouw van verzoekers betwist, omdat zij opdrachten bleven verstrekken terwijl zij betalingsachterstanden hadden en vermoedelijk wisten dat zij niet aan hun verplichtingen konden voldoen.
De rechtbank oordeelt dat het voorstel niet door een onafhankelijke partij is getoetst en onvoldoende financieel onderbouwd is. De gemeentelijke kredietbank leverde slechts een onvolledige verklaring. De berekeningen van het vrij te laten bedrag zijn onzeker en mogelijk te laag ingeschat. De goede trouw van verzoekers wordt betwijfeld vanwege de omstandigheden rond het ontstaan van de schulden.
Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank de weigering van schuldeisers om in te stemmen met de schuldregeling redelijk en wijst het verzoek af. De rechtbank behandelt het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling op een nader te bepalen datum, tenzij verzoekers dit verzoek intrekken.
Uitkomst: Het verzoek tot bevel tot instemming met de aangeboden schuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en twijfel aan de goede trouw van verzoekers.