ECLI:NL:RBROT:2009:BI9906
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering boete wegens overtreding non-concurrentiebeding bij aandelenoverdracht autodealer
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of [gedaagde 3] een boete verschuldigd was wegens overtreding van een non-concurrentiebeding na de verkoop van een Volkswagen Golf aan een derde partij. Het beding verbood concurrentieactiviteiten buiten schriftelijke toestemming van de vennootschap, hier VP.
De rechtbank oordeelde dat de verkoop van de Golf inderdaad onder het verbod viel, omdat de auto niet via VP of een verbonden vennootschap was ingekocht. Echter, [gedaagde 3] mocht erop vertrouwen dat [persoon I], als contactpersoon van VP, bevoegd was in te stemmen met de inkoop via een derde, wat ook gebeurde. VP had geen eigen mogelijkheid om de auto te leveren en had geen belang bij het voorkomen van de directe inkoop.
Gezien het generieke karakter van de boete en het geringe belang van VP bij de naleving van het beding, matigde de rechtbank de boete tot nihil. De vordering tot betaling van de boete werd daarom afgewezen. De overige geschilpunten blijven aangehouden in afwachting van een deskundigenbericht.
De kosten die direct verband houden met de boetevordering worden aan [eiseres] opgelegd. Dit vonnis betreft een deelvonnis over de boete, met verdere behandeling van de zaak later gepland.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de boete wegens overtreding van het non-concurrentiebeding wordt afgewezen en de boete wordt gematigd tot nihil.